Hugo von Meijenfeldt overhandigt een exemplaar van zijn boek Bedrijfsdoelen verduurzamen aan Mariëlle Wieman

Uitgelicht Bouw Communicatie Duurzaamheid Economie Energie(transitie) Environment ESG Gezondheid Governance Innovatie Leefbaarheid Leiderschap Overheid Samenwerking Sociaal Strategie Sustainable Development Goals (SDG's) Technologie Veiligheid · 30 mrt 2026

Maak er na 2030 de Final Development Goals van; vrijwilligheid is niet meer genoeg!

Door Mariëlle Wieman, hoofdredacteur en uitgever INNREALL Institute

Met Hugo von Meijenfeldt sprak ik over de Sustainable Development Goals (SDG’s). Niet alleen over mondiale ambities, maar vooral over implementatie. Over politieke keuzes. Over lef. En over gemiste kansen.

Als eerste Nationaal Coördinator SDG’s stond hij aan de basis van de Nederlandse vertaling van de zeventien ontwikkelingsdoelen. Zijn conclusie is even helder als ongemakkelijk: “We hebben de SDG’s in Nederland nooit echt neergezet. Geen echte campagne, geen institutionele verankering, geen top-down prioriteit.”

Toch is hij niet pessimistisch. Integendeel. Juist in sectoren als vastgoed ziet hij beweging. Maar dan moeten we wel veel verder gaan dan ‘do no harm’.

Van Millenniumdoelen naar mondiale ambities

De SDG’s volgden op de Millennium Development Goals (MDG’s), die vanaf 2000 wereldwijd richting gaven aan armoedebestrijding en basisvoorzieningen. “De meeste Millenniumdoelen zijn gehaald of bijna gehaald,” vertelt Von Meijenfeldt. “Bijvoorbeeld de halvering van het aantal mensen zonder toegang tot drinkwater. Maar halvering is geen oplossing. Dus in 2012, tijdens Rio+20, ontstond het idee: we moeten verder. Volledige doelrealisatie. Nog eens vijftien jaar.”

In 2015 werden de SDG’s in New York formeel vastgesteld. Wereldleiders spraken zich uit. Ook Nederland tekende. “Daar kun je niet tegen zijn,” zegt hij met lichte ironie. “Maar daarna begint het pas.”

Het Nederlandse dilemma: enthousiasme zonder macht

In theorie zijn de SDG’s een krachtig politiek instrument: zeventien doelen die economische, sociale en ecologische thema’s integraal verbinden. In de praktijk bleek de Nederlandse implementatie kwetsbaar.

“Toen we terugkwamen in Nederland heb ik meerdere keren gezegd: de implementatie moet hier plaatsvinden. 80 procent van de SDG’s raakt binnenlands beleid. Maar de ontwikkelingsdoelen bleven bij Buitenlandse Zaken hangen, tot nu aan toe.”

Von Meijenfeldt werd de eerste Nationaal Coördinator SDG’s. Een eervolle titel, maar zonder doorzettingsmacht, zonder eigen budget, zonder institutionele verankering.

“Ik had geen bevoegdheden, geen mensen, geen middelen. Ik moest leven met de bevoegdheden van anderen. Dat verklaart ook waarom de SDG’s bij de brede massa en het gewone bedrijfsleven grotendeels onbekend zijn gebleven.”

Ter vergelijking wijst hij naar Duitsland. “Daar maakte Angela Merkel het ‘Chefsache’. Verankerd in instituties, met wetenschappelijke raad, duidelijke coördinatie. Nederland koos voor een lichtere, vrijwilligere aanpak.”

Zijn analyse is scherp: “Zonder top-down prioriteit gebeurt het niet. Je hebt of een coalitieakkoord nodig waarin het expliciet staat, of Europese regelgeving die het afdwingt.”

ESG: ambitie of minimale schadebeperking?

In de vastgoedsector ziet Von Meijenfeldt wel beweging. Maar hij maakt onderscheid tussen ESG en SDG.

“ESG is in de kern vaak ‘do no harm’. Voldoe aan regelgeving, beperk risico’s, rapporteer netjes. Dat is belangrijk, maar het is niet hetzelfde als doelgericht werken aan maatschappelijke transities.”

De SDG’s zijn volgens hem wezenlijk ambitieuzer. “Ze vragen: waar wil je staan in 2030? Wat is je bijdrage aan een rechtvaardige, duurzame wereld? Het is eigenlijk gewoon strategisch management. Een CEO doet dat ook: koers bepalen, doelen stellen, integraal sturen.”

Het probleem is volgens hem niet onwil, maar abstractie. “De SDG’s lijken soms een soort Latijn. Mooie kleuren, prachtige iconen, maar mensen praten over elkaar heen.”

Vastgoed als tastbare ingang

Juist daarom vindt hij vastgoed zo interessant. “Vastgoed kun je vastpakken. Het woord zegt het al. Je hebt een gebouw. Dat is concreet.”

Vanuit dat gebouw ontvouwt zich vanzelf de volle breedte van de SDG’s:

  • Ecologisch: energieprestaties, materiaalgebruik, circulariteit;
  • Sociaal: leefkwaliteit, gezondheid, inclusiviteit, betaalbaarheid;
  • Economisch: waardecreatie, exploitatie, flexibiliteit en
  • Veiligheid: fysieke veiligheid, sociale cohesie, weerbaarheid.

“Begin bij het gebouw,” zegt hij. “Maar voor je het weet zit je in de hele keten. In productie, in logistiek, in financiering, in stedelijke ontwikkeling.”

Hij prijst expliciet de aandacht voor SDG 11 (Duurzame steden en gemeenschappen). “Een gebouw staat nooit op zichzelf. De omgeving moet minstens zo duurzaam zijn als het gebouw zelf en de gebruikers in het gebouw ook!”

Daar ligt volgens hem ook de kracht van vastgoed: “De sector kan duurzame ontwikkeling bijna vanuit zijn innerlijke logica toepassen.”

Van bodemvervuiling naar energielabel

Von Meijenfeldt blikt terug op zijn eerdere werk rond milieuwetgeving. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, was ooit controversieel.

“Toen we jaren geleden begonnen met de aanpak van bodemverontreiniging werd ik uitgelachen. “Wat wil je nou eigenlijk, vervuilde grond staat toch los van de waarde van het gebouw?” zeiden ze. “Maar als je een gebouw koopt, wil je toch weten of de grond gevaarlijk vervuild is en hoeveel opruimen kost?”

Hetzelfde gold voor energieprestaties. “Dat kost tijd. Maar nu betwist niemand meer dat energie een kwaliteitsaspect van een gebouw is.”

De les? Transities beginnen vaak met weerstand. Maar zodra de regelgeving, de maatschappelijke norm en de markt verschuiven, verandert het speelveld structureel.

De vier P’s als fundament

Hoewel de SDG’s uit zeventien doelen bestaan, werkt Von Meijenfeldt liever met vier kernblokken, de vier P’s:

  • Planet; de fysieke leefomgeving;
  • People; sociale kwaliteit;
  • Profit; economische waarde en
  • Peace; veiligheid en stabiliteit.

Partnership, de vijfde P, ziet hij als randvoorwaarde, geen inhoudelijk doel.

Hij verwijst naar het SDG-bruidstaart-model van Johan Rockström, waarin ecologie de basis vormt waarop samenleving en economie rusten. Ook de piramide van Maslow en de donut-economie van Kate Raworth passen volgens hem in dat denken.

“Eerst heb je voedsel, water, veiligheid nodig. Dan sociale structuren. Pas daarna economie als kers op de taart. Maar wij draaien het vaak om.”

2030: halen we de SDG’s?

Zijn antwoord is eerlijk: waarschijnlijk niet. “Ik vrees dat het geen mooie rechte lijn omhoog is richting 2030. Misschien wordt het een hockeystick, maar ik ben er niet gerust op.”

Dat betekent volgens hem niet dat het mislukt is. Het betekent dat duurzame ontwikkeling geen tijdelijk project kan zijn.

“Een ondernemer stopt ook niet na vijftien jaar. Je zit voortdurend in een cyclus van evalueren, aanpassen, nieuwe doelen stellen.”

Hij introduceert daarom een prikkelende gedachte: maak er na 2030 de Final Development Goals, de FDG’s van. Als erkenning dat duurzame ontwikkeling permanent is! “Het moet niet iets aparts zijn naast beleid. Het moet hét beleid zijn!”

Hugo’s grootste zorg: duurzaamheid blijft voor ‘ernaast’

Zijn grootste zorg over vastgoed en verduurzaming? Dat het nog steeds als bijlage wordt gezien. “Het is nog steeds de Dutch Green Building Council en NL Greenlabel. Maar duurzaamheid moet normaal worden. Niet worden gezien als iets extra’s.”

Duurzaamheid wordt nog te vaak geassocieerd met ‘groen’. Terwijl het volgens hem gaat over economische logica, sociale rechtvaardigheid en veiligheid. “Als het economisch wat tegenzit, zeggen mensen al snel: Duurzaamheid? Nu even niet! Dat betekent dat duurzaamheid ook in 2026 helaas nog steeds niet geïnternaliseerd is.”

Communicatie speelt daarin een belangrijke rol. “Misschien hebben we het met de SDG’s te abstract gemaakt. Te veel gefocust op termen, te weinig op de echte verhalen.”

Wat vraagt dit van (toekomstige) vastgoedprofessionals?

Zijn boodschap aan vastgoedprofessionals is helder:

  • Maak duurzaamheid concreet. Begin bij het gebouw, maar denk integraal.
  • Werk doelgericht. Niet alleen voldoen aan regels, maar sturen op impact.
  • Integreer duurzaamheid in je kernstrategie. Niet als aparte duurzaamheidsparagraaf.
  • Blijf adaptief. Transities vragen tijd, maar ook consistentie.

“Verzwijgen dat een gebouw energie lekt of dat de bodem vervuild is? Dat vinden we nu onacceptabel. Zo moet het ook worden met de sociale en ecologische prestaties van organisaties en gebouwen!”

Europa als duurzame sleutelspeler

Internationaal ziet Hugo Europa als cruciale actor. “Europa is eigenlijk de enige echte multilaterale speler die nog over is. Als wij als Europa duurzaamheid niet gaan internaliseren, wie dan wel?”

Maar ook hier geldt: vrijwilligheid is niet genoeg. Juridische verankering, level playing field, Europese normen; het zijn volgens hem noodzakelijke stappen om ambities waar te maken.

Tot slot: optimisme met realisme

Ondanks zijn kritische analyse blijft Von Meijenfeldt optimistisch. “Ik heb in mijn loopbaan gezien hoe ideeën die eerst werden uitgelachen, later vanzelfsprekend werden. Dat geeft hoop!”

Voor vastgoed ziet hij zelfs een bijzondere kans: studenten en professionals kunnen laten zien dat de SDG’s geen abstract VN-verhaal zijn, maar een praktisch kompas voor de gebouwde omgeving! “Vastgoed is tastbaar. Je kunt het letterlijk bouwen. En als je het goed doet, bouw je niet alleen een gebouw, je bouwt aan duurzame ontwikkeling. “De SDG’s moeten niet als iets ernaast zijn. Het moet het complete (ver)bouwen en exploiteren worden! Dus het vakmanschap, de gebruikte materialen, met aandacht voor het gebied en de gebruikers van die gebouwen en gebieden!” 

Geweldig dat jullie een studieboek hebben geschreven, dat studenten en professionals op weg helpen om dat fundament te leggen! Het gaat er dus om dat we de SDG’s eindelijk serieus gaan nemen als richtinggevend kader voor de middellange termijn!” 

Hugo von Meijenfeldt 

Hugo von Meijenfeldt was topjurist en topmanager bij het Milieuministerie. Daarna was hij voor Nederland de eerste Klimaatgezant, Consul-Generaal in San Francisco en de eerste Nationale SDG Coördinator. Hugo is auteur van het boek Bedrijfsdoelen verduurzamen (2021).

Wat zijn de Sustainable Development Goals?

De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld om wereldwijd armoede te bestrijden, ongelijkheid te verminderen en de planeet te beschermen. Die ontwikkelingsdoelen vormen een gezamenlijke agenda voor duurzame ontwikkeling tot 2030. De zeventien doelen richten zich op thema’s als onderwijs, gezondheid, klimaat, economische groei, energie, biodiversiteit en inclusiviteit. De SDG’s gelden voor alle landen en sectoren, en nodigen overheden, bedrijven, organisaties en burgers uit, om samen te werken aan een eerlijke, veilige en leefbare wereld, nu en voor toekomstige generaties.

Interviewreeks SDG’s & Vastgoed

Dit is het tiende interview in de interviewreeks SDG’s & Vastgoed. In deze reeks worden experts gevraagd naar hun visie op de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN), ook wel de Duurzame Ontwikkelingsdoelen genoemd. Zij delen hun visie op de ontwikkeling van de SDG’s tot nu toe. Ook gaan ze in op wat zij van de SDG’s tot 2030 verwachten en na die einddatum, vooral in relatie tot de gebouwde omgeving. Deze interviewreeks wordt gepubliceerd in de aanloop naar de lancering van het (studie)boek SDG’s & Vastgoed, dat door INNREALL Institute wordt uitgegeven.