Sinds de brutering/Operatie-Heerma in 1995 werden woningcorporaties losgekoppeld van de Nederlandse overheid wat betreft subsidies. Hierdoor werd het noodzakelijk dat woningcorporaties meer managementgedrag toonden om te kunnen blijven voortbestaan. Daarnaast stegen de kosten door belastingen en de omliggende markten denk aan de bouw bijvoorbeeld. In 2015 werd een aanpassing van de Woningwet doorgevoerd waardoor woningcorporaties slechts gelimiteerd te werk konden gaan. Hun traditionele activiteiten werden door deze aanpassing onderverdeeld in daeb en niet-daeb activiteiten. Mede hierdoor worden ook het te behalen rendement beperkt en is iedere nieuwbouwwoning onrendabel. Als gevolg komen er minder woningen op de markt zeker voor de huishoudens met middeninkomen is het woningaanbod onvoldoende. Er is daarom sprake van een officiële huizencrisis in Nederland met een tekort van 315.000 woningen.
Alles bij elkaar genomen leidt dat tot de volgende definitie van het probleem: het rendement van Nederlandse woningcorporaties hun huidige business model is onvoldoende om te kunnen acteren op de uitdaging waar zij voorstaan en waar zij in de toekomst voor komen te staan. Een oplossing voor het geformuleerde probleem wordt voorgesteld in dit verslag.
Allereerst is er een hoofdvraag opgesteld om tot een oplossing te komen. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt:
Uit welke componenten zal het businessmodel van Nederlandse woningcorporaties moeten bestaan om de toenemende uitdagingen te kunnen weerstaan?