Beschrijving
In dit hoofdstuk leggen we uit waarom het zo belangrijk is dat de Sustainable Development Goals (SDG’s) er zijn. We lichten zes belangrijke opgaven in Nederland toe en destilleren daaruit zes duurzame transities in de vastgoedsector. Organisaties en professionals in onze sector hebben namelijk een grote verantwoordelijkheid bij deze systeemverandering om te komen tot een duurzamere wereld.
Ook geven we in dit hoofdstuk aan hoe de SDG’s zich verhouden tot relevante (inter)nationale wet- en regelgeving én Corporate Social Responsibility (CSR) en ESG. Dat staat voor Environmental, Social & Governance. Door hierover in dit hoofdstuk al meer te lezen, wordt het begrijpen van de volgende hoofdstukken, die specifiek over de vastgoedsector gaan, veel eenvoudiger.
In dit hoofdstuk delen we met je:
- waarom het zo urgent is om de SDG’s te behalen (2.1);
- welke zes belangrijke transities centraal staan in Nederland (2.2);
- welke zes duurzame transities belangrijk zijn in de gebouwde omgeving (2.3):
- Energie (2.3.1);
- Klimaat (2.3.2);
- Circulariteit (2.3.3);
- Gezondheid & welzijn (2.3.4);
- Natuurinclusieve gebieden (2.3.5) en
- Integrale samenwerking voor duurzame ontwikkeling (2.3.6).
- hoe de SDG’s zich verhouden tot (inter)nationale wet- en regelgeving (2.4):
- EU Green Deal (2.4.1);
- EU Taxonomy (2.4.2);
- CSRD (2.4.3);
- ESRS (2.4.4);
- VSME (EU Omnibus) (2.4.5) en
- EPBD IV (2.4.6).
- hoe de duurzame doelen in relatie staan tot Corporate Social Responsibility (CSR) en Environmental, Social & Governance (ESG) (2.5):
- CSR (2.5.1) en
- ESG (2.5.2).
Interessante praktijkvoorbeelden, actuele publicaties en meer informatie met betrekking tot dit hoofdstuk vind je in de Innotheek.
Leerdoelen en -uitkomst
Hoofdstuk 2: Urgentie & positionering van de SDG’s
Leerdoelen
1. De student kan uitleggen waarom de Sustainable Development Goals (SDG’s) noodzakelijk zijn voor het behoud van een leefbare aarde. De student kan onder meer de betekenis van Planetary Boundaries, Earth Overshoot Day, de CO₂-piek, zeespiegelstijging en het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu uitleggen. De student leert deze vraagstukken te koppelen aan de urgentie van duurzaam handelen in de gebouwde omgeving. De student begrijpt dat Nederland structureel boven haar ecologische draagkracht leeft en wat dat betekent voor toekomstige vastgoedontwikkeling, -exploitatie en -investeringen.
2. De student kan de zes nationale transities herkennen, beschrijven en koppelen aan relevante SDG’s. Kennis van deze transities helpt de student om de systeemveranderingen te plaatsen, die nodig zijn voor duurzame ontwikkeling. De student leert welke thema’s prioriteit hebben in Nederland.
3. De student kan zes specifieke duurzame transities in de gebouwde omgeving (energie, klimaatmitigatie, circulariteit, gezondheid & welzijn, natuurinclusieve gebieden en integrale samenwerking voor duurzame ontwikkeling) herkennen, beschrijven en koppelen aan relevante SDG’s. De student leert hoe de Nederlandse transities (zie leerdoel 2.) doorwerken in de vastgoedsector.
4. De student kan de relatie duiden tussen de SDG’s en (inter)nationale wet- en regelgeving. De student kan de relatie uitleggen tussen de SDG’s en belangrijke (inter)nationale wet- en regelgeving, waaronder EU Green Deal, EU Taxonomy, CSRD, ESRS, VSME en EPBD IV.
5. De student kan de verschillen en samenhang tussen Corporate Social Responsibility (CSR), SDG’s en Environmental, Social & Governance (ESG) toelichten, inclusief hun rol in beleid, strategie, rapportage en impactmeting. Door het onderscheid en de verbinding tussen deze begrippen te begrijpen, kan de student de juiste kaders kiezen voor de beroepspraktijk en verantwoording afleggen richting stakeholders.
6. De student kan beschrijven hoe de SDG’s, transities en regelgeving concreet van invloed zijn op vastgoedontwikkeling, -exploitatie en -investeringen. Dit leerdoel maakt de brug naar de beroepspraktijk. De student leert hoe de opgedane kennis kan worden toegepast in planvorming, ontwerp, uitvoering en exploitatie van vastgoed.
Leeruitkomst
Na afronding van hoofdstuk 2 is de student in staat om de noodzaak van de SDG’s te onderbouwen aan de hand van landelijke transities en specifieke duurzame transities in de vastgoedsector. De student herkent de impact van systeemtransities op de gebouwde omgeving. De student legt verbanden tussen de SDG’s, CSR, ESG en (inter)nationale wet- en regelgeving. De student kan deze kennis toepassen op strategische keuzes in de vastgoedpraktijk.