Mona Keijzer de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft op 16 april 2025 de Tweede Kamer met een brief geïnformeerd over de stand van zaken uitvoering Omgevingswet. Hierin wordt ook verwezen naar het rapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet die het eerste jaar Omgevingswet (2024) onder de loep heeft genomen.
Uit de brief en het evaluatierapport blijkt dat de Omgevingswet nog steeds in de kinderschoenen staat en dat de nieuwe mogelijkheden van de wet nog niet optimaal worden benut. “De meerderheid van de gemeenten verwacht niet dat het nieuwe instrument van het omgevingsplan zal bijdragen aan de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak in ieder geval niet tot aan de afloop van de transitiefase eind 2031." (p.130 evaluatierapport)
Het digitale stelsel van de Omgevingswet functioneert nog niet goed
Eén in het oog springende overeenkomst in de praktijkervaringen van provincies waterschappen en gemeenten is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Om te kunnen werken volgens de Omgevingswet moeten de overheden hun systemen aansluiten op het DSO. Daarmee kunnen documenten en gegevens worden uitgewisseld met het Omgevingsloket. Dit is het digitale loket waar initiatiefnemers en betrokkenen snel kunnen zien wat er mag in de fysieke leefomgeving en waar alle digitale informatie daarover samenkomt.
Via het Omgevingsloket kunnen door iedereen de volgende acties worden gedaan:
- vergunningen aanvragen meldingen doen en informatie geven
- zien welke regels gelden op een locatie. De omgevingsdocumenten die in het DSO zitten zijn daar de basis voor. Dat zijn bijvoorbeeld omgevingsvisies -verordeningen en -plannen projectbesluiten en programma's.
Het Omgevingsloket functioneert nog onvoldoende. Vooral gemeenten geven aan hiervan last te hebben … ." De Minister geeft aan dat er hard wordt gewerkt aan het nog niet gebruiksvriendelijke loket. ‘Burgers en bedrijven moeten beter tegemoet worden getreden.’
Uiterlijk 1 januari 2032 een omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied
Een ander aandachtspunt waar de evaluatiecommissie op wijst is het verplichte omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Dat moet voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Uiterlijk 1 januari 2032 moeten gemeenten dat omgevingsplan hebben vastgesteld (wijziging van het omgevingsplan van rechtswege). In het omgevingsplan komen veel onderwerpen in de fysieke leefomgeving samen. Het verschilt daardoor enorm van de eerdere bestemmingsplannen. Over veel onderwerpen moet opnieuw of voor de eerste keer een (integrale) afweging worden gemaakt. Ook een groot aantal bepalingen in verordeningen moeten in het omgevingsplan worden verwerkt. Dit leidt tot veel werk voor ambtenaren en ondersteunende bureaus.
Gemeenten vinden zelf hun wiel uit; meer samenwerking gewenst
De Minister waarschuwt er voor om niet overal in het land het wiel opnieuw uit te vinden. Daarom zijn volgens haar twee sporen gewenst:
- Meer regionale samenwerking tussen overheden. Er zijn al enkele goede voorbeelden o.a. in Noord-Brabant.
- Het met elkaar delen van praktische voorbeelden. In Nederland is ongeveer iedereen met hetzelfde bezig maar in verschillende samenwerkingsverbanden en met verschillende diepgang en op verschillend beleids- en schaalniveau. …
De brief van de Minister aan de Tweede Kamer en het evaluatierapport zijn onder de volgende link te vinden.